SADS Paradores Tour, 3 – 10 April 2011
Zondag 3 April stond ik ietwat onwennig en veel te vroeg op vliegveld Eindhoven. Na te zijn ingecheckt even rondgekeken of er al mede-Ducatisti aanwezig waren. Dit leek nog niet het geval en deed mij besluiten even rustig in mijn boek 1984, deel 3 verder te lezen, maar op een of andere manier kon ik de rust niet vinden om me in het verhaal te verliezen.
Van de 26 personen die meegingen kende ik er slechts twee van gezicht. Dat waren organisatoren Leo en Ton, maar die waren er zo te zien nog niet. Gelukkig was iemand zo slim geweest om een Ducati-shirt aan te trekken en zo verzamelden er zich langzaam maar zeker meer mensen rond Gert-Jan, aan wie ik mij ondertussen ook had voorgesteld.
In het half uur dat volgde was de club compleet, op Ton na die al in Malaga bleek te zijn om zijn snelle service- cq. pechbus uit te testen. Nadat iedereen de ander een hand had gegeven en zich had voorgesteld was het tijd om te gaan vliegen. Al die namen die bij de diverse gezichten hoorden zou ik wel niet in een keer onthouden, want hoewel tegenwoordig geverfd ik blijf tenslotte blond.
De vliegreis van Amsterdam- Malaga-Aeropuorto en bustrip naar het N-H hotel in het centrum verliepen voorspoedig. Ook alle motoren waren heel aangekomen op een spiegeltje her en der na, maar dat mocht de pret niet drukken. Tijd om de motor in de parkeerkelder van het hotel aan een inspectie te onderwerpen en klaar te stomen voor morgen. Dat was snel gepiept aangezien ik alleen mijn Dom-dom nog moest monteren. Vervolgens de hotelkamer opgezocht om de tassen met (motor)kleding neer te zetten. Ik had het voorrecht om een kamer alleen te hebben. Kon ik tenminste naar hartenlust snurken!
Na het avondeten in het hotel genuttigd zijn we met de hele groep Malaga ingegaan om bij een van de plaatselijke bars een lekker pilske te pakken. Gezelligheid alom en de hele club leek het goed met elkaar te kunnen vinden. Aangezien er de volgende dag een intensieve route gereden zou worden door de Sierra Nevada maakte niemand het echt te bont. Ik lag in ieder geval om 01:00 uur in bed.
Het ontbijtappèl vond plaats om 7:30 uur en er kon onmetelijk veel gegeten worden van de grote hoeveelheden heerlijke etenswaren. Ik voelde me niet helemaal 100% en at daarom niet al te veel. Ik had het gevoel dat er een griepje aan zat te komen. Maar, motorrijden werkt tenslotte beter dan de zwaarste dosering paracetamol, dus snel in het pak en de motor uit de garage rijden naar het pleintje voor de ingang van het hotel om aan de aftrap te beginnen. Voordat iedereen daadwerkelijk gereed was om af te reizen moesten de nodige voorzieningen bij sommigen nog worden getroffen; kettingen gesmeerd, olie bijgevuld, onderdelen vastgezet, bandenspanning aangevuld / af laten lopen. Als dan iedereen na de groepsfoto de helm op heeft gezet en de luid bulderende motoren lopen zijn er natuurlijk nog de oordopjes………. Kortom, het altijd wederkerende tafereel.
Er vormden zich als vanzelf een aantal groepjes van mensen die met elkaar afspraken samen de tocht te gaan rijden. Sommigen kozen voor de verkorte versie van de route (350km), weer anderen pakten de route door Sierra Nevada met of zonder woestijnroute er nog bij (respectievelijk 448 en 454 km).
Deze laatste route zou ik samen met Leo en Yvonne, Felix, Bernard en Marco gaan rijden. Leo reed op kop en al snel zat het tempo er lekker in. De hogesnelheidswegen vanaf Malaga staan echter niet bekend als de minst drukke bochten in Andalusië en dus was ik blij dat we van de snelweg af gingen en overstapten op de N-wegen. Daar was het dan ook meteen weer een verademing om te rijden: Mooi wegdek, superbochten en niet te vergeten de prachtige natuur. De Sierra Nevada (besneeuwde bergketen in het Spaans) is met zestien bergtoppen boven de 3000 meter na de Alpen de hoogste bergketen van Europa. De hoogste berg van het Spaanse vasteland, de Mulhacén (3482 m), bevindt zich in dit gebergte. We zagen deze besneeuwde pieken al snel aan de einder opdoemen. In een woord, magnifiek!
We reden in een treintje achter elkaar tot het tijd werd om een bakkie te doen. Ik maakte tevens van de gelegenheid gebruik om mijn kleine tankje van mijn Hypermotard 796 bij te vullen, want richting woestijn zouden we waarschijnlijk niet veel tankstations meer tegenkomen.
Na de stop ontpopte Felix op zijn BMW 1200 GS zich als voorrijder. Hij zou graag op zijn nieuwe Monster deze reis hebben gemaakt, maar deze was helaas nog niet afgeleverd door de makers in Bologna. Echter, zo’n GS stuurt ook als een scheermes en had bovendien verdacht veel voordeel op de ongeëffende paden die we nog tegen zouden komen.
Op een of andere manier raakten we Leo en Yvonne kwijt. Yvonne nam regelmatig foto’s van het adembenemende landschap en blijkbaar stonden wij teveel in de stuurmodus om te bemerken dat ze al een tijdje niet meer in de spiegels reden. Ook schenen de diverse Garmin’s en Tom Tom’s blijkbaar een compleet ander inzicht te hebben in hetzelfde wegnummer. We hebben nog geprobeerd om nader tot elkaar te komen, maar zouden elkaar pas in het hotel weer treffen.
Niet lang daarna kregen we een stuk opgebroken weg. Op zich niet zo erg, beetje gas erop en laat dat stuur maar zoeken. Het duurde, en duurde……………. en onze gids besloot vervolgens af te dalen richting een ander “pad”. Als makke schaapjes reden we achter de leider aan. Het bleek echter dat het pad zich meer en meer ontpopte als een rivierbedding die steeds lager kwam te liggen ten opzichte van het dorp waar wij naar toe probeerden te rijden. De keien werden groter en groter en de ondergrond begon hier en daar natte vormen aan te nemen. We waren intussen wel onder aan het dorp beland en moesten eenvoudigweg boven zien te komen. Met een aanloopje vanuit de weerbarstige bedding konden we via een steil omhooglopende betonnen waterafvoer het dorpje in rijden. Met donkerbruin Ducgerommel reden we vervolgens Escúllar uit en zaten weer op de (juiste) weg.
De route voerde verder door de prachtige bergen van de Parque Natural de Santa Barbera de la Sierra de Baza waarvandaan je de adembenemende sneeuwtoppen van de Sierra Nevada kon blijven zien. Wederom kregen we ongeveer 20 km graffel- / grindweg te verwerken, maar de Multi van Bernard, de Streetfighter van Marco en mijn Hypertje gleden moeiteloos over deze weg. De BMW had hier ogenschijnlijk sowieso geen last van. De enige levende wezens die we in deze etappe tegen kwamen waren militairen, die daar waarschijnlijk een training kregen in overleven in onherbergzaam gebied. Het uitzicht bleef weergaloos mooi en de rest van de wegen die volgde was weer als vanouds Spaans: Ruw asfalt met grip, grip en nog eens grip en natuurlijk voorzien van de duizend en een bochten. De laatste 3 km richting hotel werd het asfalt weer stukken minder en dat zou helaas ook zo zijn gevolgen hebben, naar later bleek.
Bij het hotel in Cazorla aangekomen en net genietend van een cerveza kwam de melding binnen dat er iemand was gevallen op deze weg. Ton rukte uit en kwam terug met het verhaal dat een ongelukkige Multistrada 1200 rijder zijn been had gebroken en naar het ziekenhuis was getransporteerd. Niet veel later een melding van nog een gevallenne. Deze val bleef slechts beperkt tot wat kuipschade, een afgebroken schakelpookje en een kleine deuk in het ego van de rijder. Ton had het er in ieder geval maar weer druk mee.
Na het uitgebreide diner dat iedereen zich goed liet smaken en na nog een afzakkertje te hebben genomen aan de bar werd het tijd om de broodnodige slaap te vergaren. Alle verhalen die tijdens het diner de revue waren gepasseerd nog even langzaam nadromend.
De volgende dag was ik fris en fruitig al vroeg weer op en heb de zonsopkomst aan de kim bewonderd vanaf het terras van de parador. Het bleek dat we deze dag pas om 8.00 uur aan het ontbijt konden verschijnen, dus de groep die het uitzicht bewonderde werd allengs groter. Na wederom een uitgebreid ontbijt te hebben genoten, met ietwat rustigere disgenoten dan gisterenavond, tassen in de bus en hup op de motor.
Met haar 214.300 hectaren, is het natuurpark Sierras de Cazorla Segura y las Villas, één van de grootste natuurreservaten in Spanje. Het is een beschermd gebied voor vogels en het meest bezochte park in Andalusië vanwege zijn natuurschoon en cultureel- / historisch belang. Dit deed Fons, Willie en Geert besluiten na het ontbijt een ochtendwandeling te gaan maken om hier met volle teugen van te kunnen genieten.
De eerste weg na het drie km slechte stuk vanaf het Paradoreshotel, was meteen al een droomweg. Ik moest er even inkomen, maar zat daarna weer goed in mijn vel en het gas kon erop. Toen we op een gegeven moment in een prachtige bocht de hoek omschoten werden we door diverse medelotgenoten op de foto gezet. Een grote groep stond te genieten van het uitzicht op het stuwmeer bij Bujaraiza in het diffuse ochtendlicht. Een mooiere plek om een groepsfoto te maken was er niet, maar toch reden wij in rap tempo achter Lars (Yamaha MT 01) en Thomas (Monster 1100) aan. De weg die zich langs dit meer openbaarde was weer van uitzonderlijke kwaliteit en schoonheid. Lang leve de Europese subsidie!
Felix bleek een complete camerasetting aan boord te hebben en zo werden we een voor een digitaal vastgelegd tijdens het rijden van een leuk bochtig stuk. Dat ik tijdens de opname in een rechter bocht en passant met een van die ver uitstekende (rot)spiegels onder het bovenste gedeelte van een vangrail bleef hangen en ik daardoor een toch ietwat rare manoeuvre moest maken om op mijn weghelft te blijven maakte het camerawerk er wellicht alleen maar spectaculairder op. Het was in ieder geval vastgelegd voor het nageslacht (dat ik overigens niet bezit).
Vervolgens voerde de weg langs Hornos, Siles en La Puerta de Segura alwaar we het uitgestrekte natuurpark achter ons lieten. Het werd er evenwel nog niet minder mooi om. De N312 volgend kwamen we uit in Arguillos. Verder rijdend richting Jaén werd het landschap wat vlakker en de wegen allengs minder uitdagend. Het laatste stuk bestond uit een vlakke stoffige weg waar men veel “werk in uitvoering” ten tonele bracht. Gezien dit eerder nog bejubelde werk (bekostigd met Europese subsidies) en de net aanvangende siesta was dit niet erg verheffend.
Jaén zagen we al van verre liggen en bij onze binnenkomst kwam de geur van bierbrouwer Cruzcampo je al tegemoet. Niet veel verder was ook meneer Heineken neergestreken om zijn omzet in dit megaland op te krikken.
Er moest nog een flink eindje naar boven getokkeld worden om in het hotel te geraken dat bij een oud Arabisch kasteel was aangebouwd. Het hotel was een waar staaltje van historisch lijkende, maar toch onlangs opgebouwde mooie architectuur. Het uitzicht vanuit de ruime hotelkamer was prachtig en keek o.a. uit over de vele olijfbomen die in Andalusië overal te vinden zijn.
Na een heerlijke douche te hebben genomen en stof uit de haren te hebben gewassen snel naar mijn afspraak met mijn drie reisgenoten om Jaén onveilig te gaan maken en een ietwat verlate lunch te gaan nuttigen. Giel die het laatste saaie stuk over de B-weg op zijn mooie witte Monster met ons was meegereden had ook wel trek en stapte samen met ons in een van de twee taxi’s richting Jaén. In het (historische) centrum een paar lekkere glazen witte wijn en diverse tapas genoten. Ook het uitzicht op twee niet nader te specificeren Spaanse heuvelen was voor de heren een lust voor het oog. Na de lunch zijn we verder de stad in gelopen, maar dit liep al snel uit op een desillusie. Het bleek om een relatief moderne stad te gaan waar in een bepaald gedeelte het aantal motorzaken sterk oververtegenwoordigd bleek. Toch altijd weer dat “brommers kieken” (al werd er dit keer zeker niet gezoend). In dit geval, omdat er verder weinig anders te bekijken viel. Als we ons beter ingelezen hadden zouden we echter een bezoek hebben kunnen brengen aan het grootste antieke Arabische badhuis van Europa, maar niemand van ons was zo slim geweest om zijn reisgids te raadplegen.
Nog een biertje dan maar? Giel bestelde derhalve tres de cervezas en uno Cruz Campo, niet wetende dat Cruz Campo het plaatselijke bier was. Aangezien er tijdens de nog steeds durende siesta weinig te beleven viel werd het tijd om weer een paar taxi’s te ronselen en terug te gaan naar ons uitzichtpunt op de berg. Op het terras aldaar vervolgens nog wat (non)alcoholische versnaperingen genuttigd in het gezelschap van het grootste gedeelte van de groep.
Al snel was het tijd om te gaan eten. Het voorgerecht was een witte gazpacho, bestaande uit een mengsel van geblancheerde amandelen flink wat knoflook, brood en sherry azijn. Erg lekker! Op het menu stonden iedere dag om en om vis of vlees. Het bleek vandaag een visdag te zijn. Er werd een vis in heerlijk krokant laagje opgediend. Ook dit was weer smullen. Na het toetje verzamelde iedereen zich nog in de grote zaal naast de eetkamer en nam nog een koffie of een slaapmutsje.
Woensdag was de dag dat je ook een breek in de week kon inlassen. Bernard maakte daar dankbaar gebruik van, dus bleven er van de vier kleine negertjes nog slechts drie over. De eerste honderd kilometer voerden over N306 en N420. Een weg voor superhogesnelheden, waar de jongens met hun 1098, 1198 van zouden (kunnen) smullen. Gezien de wind die ook nogal dominant aanwezig was werd het voor mij echter met 170 km/uur aan het stuur van mijn fietsje wapperen. Na een kilometer of 100 gewapperd te hebben, waarbij het laatste stukje waar nou net weer hele fijne bochten inzaten werden verpest door een stofje onder mijn contactlens, stopten we voor een bakje koffie (en tanken). Ook twee van de “Groesbekers”, Ton en Hans, waren op dat punt op hetzelfde idee gekomen.
De thee smaakte goddelijk op mijn ondertussen tot zeemleer uitgedroogde tong en mijn armen die 10 cm waren opgerekt konden hun oude vorm weer hernemen. Toch leuk om weer eens even met zijn vijven een beetje bij te praten. Zo leerde ik de deelnemers uit Groesbeek beetje bij beetje beter kennen. Ik had in den beginne wat problemen met het verstaan van het plaatselijk dialect aldaar, maar de heren hielden er gelukkig duidelijk rekening mee dat ik als vrouw uit het westen des lands er weleens niets van zou kunnen begrijpen. Het was een gezellig samenzijn alom.
Na deze stop hebben we nog een groot aantal kilometers met elkaar opgereden tot ik het spoor van de snelle Groesbekers op de Sierra de Puertollano, van Mestanza richting Solana del Pino, op een gegeven moment bijster was. Bij deze jongens moet je niet suffen, want binnen een te langzaam genomen bocht ben je de aansluiting kwijt. Wellicht dat ook gebrek aan pk’s bij de bocht uittrekken me nu toch parten begon te spelen? Nee, waarschijnlijk eerder het gebrek aan testosteron! Gelukkig waren Marco en Felix zo vriendelijk om me kort daarna op te wachten onder aan de berg Rebollera. Er volgde een prachtig stuk met fantastische bochten door het befaamde Lynxland (ofwel Parque Natural Sierras de Cardena y Montoro). Ook hier heeft Felix zijn onboardcamera weer kwistig gebruikt, wat wederom leuke plaatjes opleverde.
Het natuurgebied waar we doorheen reden bestaat uit een glooiend landschap met bergen variërend van 400 tot 800 meter. Er leven hier wolven en de in Europa zeldzame lynx. Tevens wordt het landschap gekenmerkt door het grote aantal granieten rotsblokken met een diameter van ongeveer een meter. Dit gebied is de thuisbasis van de adelaarsoorten, gieren en zowel witte als zwarte ooievaars. Midden in deze overweldigende natuur hebben we dan ook op een uitkijkpunt stilgestaan om dit wonderlijke terrein beter in ons op te nemen en ons niet te laten afleiden door asfalt of andersoortig wegdek. Helaas hebben we geen van bovengenoemde diersoorten kunnen ontwaren. Wel zagen wij op een eerder gepasseerd uitkijkpunt Harry (Monster) en zijn vriend Fred (Multistrada1200), die ook van het prachtige landschap aan het genieten waren.
Vervolgens zijn we op deze speelweg doorgereden tot Las Vinas waar we in restaurant Los Piños de Groesbekers weer tegen het lijf liepen. Aldaar weer een heerlijke warme lunch genuttigd van sepia en een uitgebreide salade en de heren een menú del diá, bestaande uit een soep, kip en salade.
Na een beetje te zijn uitgebuikt reden we via Andujar en Higuera de Arjona terug naar Jaén. In het hotel aangekomen en na een verkwikkende douche besloot ik mijn boek te gaan lezen op het terras. Marco ging nog even de stad in om een paar achterknipperlichtjes te scoren samen met Felix. Gezien het feit dat we onderweg bijna niemand tegenkwamen was het gemis van deze knipperlichten niet erg storend geweest. Dat de montage iets ingewikkelder bleek dan vooraangenomen zorgde er echter voor dat de duur aangeschafte knipperleds toch de rest van de reis in de tas bleven.
Na slechts een paar passages te hebben gelezen raakte ik toch weer druk in gesprek met mijn medereizigers, die zeer onderhoudende conversaties met me aangingen onder het genot van een wijntje. De oude ober die achter de bar stond was echter constant van zijn plek af en dus werd het nog een hele onderneming om te zorgen dat de kelen gesmeerd bleven. Gezien het merendeel van de jongens uit Brabant en omstreken kwamen kon ik tijdens een van de gesprekken over campingartikelen (voor in de paddock) op grote hilariteit rekenen toen ik meldde dat ik een nieuwe “voortent” had gekocht. Geen idee dat dit woord ook wel eens b.h. kon betekenen. Al met al was het een vrolijke bedoening deze avond.
Het eten lieten wij ons ook weer prima smaken. De voor-, hoofd- en nagerechten in de verschillende hotels waren van uitstekende kwaliteit. De groep zat tijdens deze bijeenkomsten nooit in vaste tafelzetting en iedereen mengde zich (vrijwillig) met alle anderen, zodat er altijd nieuwe gespreksonderwerpen de revue passeerden en er sprake was van een gezellige mix van mensen waarbij ook nog eens veel gelachen werd.
Gezien het feit dat Yvonne vanavond voor het laatst in ons gezelschap aanwezig zou zijn werd er na het eten wederom plaatsgenomen in de “ridderzaal”.
Er werden er een flink aantal glaasjes Pedro Ximénez besteld. De ultieme dessertwijn als je toch in dit deel van Spanje bent! Niet iedereen vond de mierzoete afsluiting een waar festijn, getuige het feit dat Ton liever een (uiterst kostbare) brandy bestelde, waarvan hij als kenner de smaak toch een beetje vond tegenvallen. Het werd weer tijd voor ons schoonheidsslaapje en een voor een taaiden we af.
De route op dag 4 zou ons in 305 km naar Ronda leiden. Maar niet voordat iedereen afscheid had genomen van Yvonne, die voor haar werk helaas eerder terug moest naar Nederland. Via Sierra de lá Pandera, Parque Natural de las Sierras Subbéticas reden we richting Antequera. Zoals ook de voorgaande dagen leverde de natuur om ons heen weer een prachtig schouwspel op. Tevens vielen in dit landschap het grote aantal Moorse uitkijktorens op.
Na 150 km sturen werd het tijd om te tanken en wellicht een hapje te eten. In Antequera zagen we bij een restaurant de motoren staan van Leo, Willie, Hans, Toon en Ton, die we onderweg meermalen hadden ingehaald om hen vervolgens, nadat we een verkeerde afslag hadden genomen (in Spanje bleek het aantal afslagen ook te zijn verdrievoudigd in verhouding tot de situatie voor de subsidie), weer tegen te komen. Wij hadden ook naarstig behoefte aan water en brood en de Spaanse politie was de gehele reis nog niet in het vizier geweest, dus moesten we zelf maar iets bestellen.
De meest uiteenlopende (warme) lunchgerechten werden besteld en iedereen prikte een vorkje mee van de ander zijn / haar bord. Er werd een nieuwe vorm van tapas eten geïntroduceerd die ik voor deze gelegenheid derhalve S(mullen) van A(ndermans) D(iner) in S(panje) zal noemen, afgekort SADS.
Na deze zinnenprikkelende maaltijd en de jolige gesprekken die werden gevoerd stapte eenieder weer monter op zijn / haar fiets richting Paraje Natural El Torcal de Antequera. In dit nationale park waren er surreële en prachtig verweerde sculpturen te ontwaren die in 150 miljoen jaar door water en wind waren uitgesleten in het kalkgesteente.
Net boven Malaga volgden we de Rio Grande op wegnummer 366, langs Parque Sierras de las Nieves, dat bekend staat om zijn diepe ravijnen, bossen vol blauwgroene pijnbomen (Pinsapo) en de diversiteit aan eiken. Het was wederom weer een prachtige rit vol bochten die ons naar ons einddoel van vandaag zou brengen, de parador te Ronda. Deze stad ligt in een bergachtig gebied op ongeveer 750 meter boven zeeniveau. De rivier Guadalevín splitst het stadje in tweeën en heeft een diepe kloof, bekend als El Tajo, uitgesneden waaroverheen drie beroemde bruggen van Ronda zijn gebouwd. Met de bouw van de huidige Puente Nuevo werd begonnen in 1751 door Martín de Aldehuela en duurde 42 jaar. De brug geldt als hét symbool en trekpleister van Ronda en onder de brug werd een gevangenis gebouwd. In Hemingways, “For Whom the Bell Tolls” worden de moorden door de fascisten tijdens de Spaanse Burgeroorlog beschreven. Tegenstanders van het falangistische regime werden destijds van de kliffen van El Tajo afgegooid.
Het uitzicht vanuit het hotel aan het einde van deze brug was derhalve weer subliem te noemen. Met deze kennis in het achterhoofd liepen Leo, Felix, Marco, Bernard en ik de brug over naar het oude gedeelte van de stad. Na wat door de winkelstraat te hebben geslenterd op zoek naar een mooie leren (Marokkaanse) reistas voor Leo lonkte een terras in het zonnetje hoog in de kloof. Een flesje witte verkoelende wijn en een bord met tapas waren ons deel.
De zon begon uiteindelijk kracht te verliezen en het werd tijd om ons in het hotel te vervoegen voor het diner. Ik zat nog redelijk vol van de hapjes en ook Marco besloot het voorgerecht over te slaan. In de lounge nog wat zitten beppen over de 3D-cup om vervolgens bij onze disgenoten aan te schuiven. Meteen was daar de opmerking: Volgens mij bloeit er wat moois op tussen jullie?! Ik had al een wedje staan met Marco, wanneer deze vraag zou komen. Blijft toch blijkbaar lastig voor anderen te analyseren wat er nu precies aan de hand is als mensen van het verschillende geslacht het gewoon goed met elkaar kunnen vinden. Wie de poster van Freuds gezicht kent genaamd “What’s on a man’s mind” weet misschien al genoeg om e.e.a. te kunnen verklaren.
Het voorgerecht bestaande uit een goed gevulde groentesoep werd echter net geserveerd en dus moesten we er alsnog aan geloven. Gelukkig zat ik naast Lars die ooit had laten vallen dat zijn omvang, waar hij momenteel al een groot deel van had weten af te halen, mede werd veroorzaakt doordat hij altijd de restanten van zijn vrouw opat. Toen ik hem mijn bord soep aanbood wilde hij er echter niet van weten. Toch heb ik in samenwerking met Thomas nog een wisseltruc kunnen toepassen. Thomas wees Lars erop dat er een aantal mooie meisjes naar hem stonden te zwaaien vanachter het hotelraam. In dat onbewaakte ogenblik wisselden de borden van eigenaar met als gevolg dat Lars een vol bord soep moest inleveren bij de serveerster, met het verhaal dat deze koud was opgediend en mij de mededeling toefluisterend dat ik deze nog een keer terug zou krijgen. Het is echter bij dreigen gebleven.
De malse stukken rundvlees die hierna werden opgediend waren mij ook teveel met als gevolg, dat een groot stuk bij een tafelgenoot terecht kwam. Jan was degene die nog wel een gaatje over had en zich hiervoor “opofferde”. Het gigantische bord rijstepap wat hierna volgde was een ware hoofdmaaltijd an sich en mijn overgebleven halve bord verdween in de maag van een rijstepapkenner naast mij die de soep dan wel liet staan, maar een zoet hapje nog wel bleek te lusten.
Zoals nu bijna gewoonte was geworden werd er op het terras nog een hoedje toe gedronken alvorens iedereen weer zijn mandje opzocht. Ik deelde voor het eerst een kamer met Ton, die een voorbeeldig kamergenoot bleek te zijn.
De vijfde dag kon er gekozen worden uit twee routes. De langste route ging via Gibraltar richting Carmona en de kortste route liep op de grens van twee natuurparken naar diezelfde plaats. Ik had er geen behoefte aan om aapjes te kijken in Porsches, Ferrari’s, Lamborghini’s of andere dure, maar optisch natuurlijk hele mooie auto’s (en als ik dat al had gewild, had ik misschien beter even langs Race Resort Ascari kunnen rijden dat vlakbij Ronda ligt). De intensieve week die al achter ons lag begon ook zo langzamerhand zijn tol te eisen van mij en mijn medegroepsgenoten, die blijkbaar ook geen zin meer hadden in een afmattende dag. We besloten het vandaag rustig aan te doen. Wat dat dan ook mocht inhouden …………?!
Via de 373 kwamen wij gezwind in het Parque Natural Sierra de Grazalema terecht, dat bekend staat om het grote aantal zeldzame sparren, die nog een overblijfsel uit het tertiaire tijdperk zijn. De mooie vormen van deze oeroude bomen waren een lust voor het oog en het rijplezier werd er zeker niet minder om. Alhoewel ……. Hoog in de bergen was de weg door de weilanden wel erg slecht. Er zaten zoveel en zulke hoge knippen in de weg dat als je daar onverhoeds met te hoge snelheid overheen reed de mogelijkheid bestond dat je stuur even niet meer deed wat je van de naam mocht verwachten. Een kleine valpartij op deze weg zorgde ervoor dat Ton met zijn enkel bekneld kwam onder de motor en daar een flinke kneuzing aan overhield. Aangezien zijn voorremhandel was afgebroken en niet meer functioneerde en zijn achterrem reeds was heetgelopen waardoor er van enige remvertraging geen sprake meer kon zijn, zou dit nog een leuk klusje worden deze fiets van de bergen naar de beneden te krijgen. Nou heeft zo’n Streetfighter wel een fijne motorrem, maar zo steil als het hier af en toe naar beneden ging zou dat toch nog voor wat angstige momenten kunnen zorgen. Leo was de reddende engel die deze zware en zeer vermoeiende taak op zich nam, zodat iedereen toch weer veilig in het hotel aan zou komen.
Aan de grens van het park bevond zich een stuwmeer, Embalse de Zahara, met een weg erlangs om je lippen bij af te likken. Deze (race)baan werd met goed gevolg in hoge snelheid door ons afgelegd. In een woord: Fantastisch!!!!!!!!!!!!!!
Tijd om te bekomen van zoveel adrenaline in het lichaam en het te voeden en hydrateren.
Ook Harry en Fred kwamen na deze rit op hetzelfde idee, waardoor we gezellig met zijn zessen zaten te eten, nog nagenietend van al het moois. Harry bestelde een gerecht met pens dat ook nog eens lekker smaakte. Ik hield het behoudend op kleine gefrituurde inktvissen en de anderen aten naar mijn weten dogfish.
Na deze leuke afsluiter van de mooie wegen gingen we het stoffige landschap ten zuid-oosten van Sevilla in. De wegen werden helaas minder mooi en bochtig, het landschap zo vlak als de polders in Nederland en bovendien nam de temperatuur navenant meer toe met als gevolg dat we zo snel mogelijk naar het hotel wilden. Net voor Carmona was er nog een kleine wegopbreking in de route aangebracht waardoor we nog een kleine omtrekkende beweging moesten maken alvorens in het prachtige hotel aan te komen. Kettingen nog even smeren en maken dat we in het koele zwembad terechtkwamen. Of toch eerst nog een cerveza? En op een been kan je niet naar het zwembad lopen dus, “uno más, por favor”.
Daarna toch nog heerlijk afgekoeld in het zwembad om vervolgens nog even onvervalst te liggen bakken in de volop aanwezige zon.
Na het uitstekende avondeten werd er nog veel nagepraat over de rit en over de slang die Hans over zijn Hypermotard gedrapeerd vond, waardoor een eerste schrikreactie natuurlijk niet uitbleef. Later werd deze zelfde slang, die overigens al zo dood als een pier was, nog in een tanktas gestopt met het kopje net erbuiten waardoor ook in de vroege ochtend weer gelachen kon worden.
En dan helaas, de laatste rijdag alweer! En tevens de verjaardag van Leo, wat hem een groot aantal felicitaties opleverde en drie zoenen, alvorens we op de lang uitgestelde groepsfoto gingen inclusief slang.
Leo reed vandaag de eerste helft van de rit met ons mee. De wegen waren spekglad omdat het lang niet had geregend en bij het minste gas erop spinde het achterwiel of gleed je bij het nemen van een bocht met de achterkant en in het slechtste geval met de voorkant weg. Iedereen had er last van; weinig of veel pk’s, zware of lichte Ducati’s, veel profiel of weinig profiel op de banden, wel of geen traction control, het maakte vandaag allemaal niet uit. Iedereen had wel een momentje dat het niet helemaal zo gecontroleerd ging als je wel zou willen. Ook ik ben met fel zwiepende achterkant richting vangrail gegaan, met daarna het gevoel van: Ik lust wel een sigaretje (en dit terwijl ik toch echt niet rook!). Kortom, geen dag om gekke dingen te doen. Bovendien leek het met de dag warmer te zijn geworden, waardoor de concentratie er bij de meesten ook niet beter op werd, maar dit terzijde.
Enige gekke ding dat ik dan toch nog heb gedaan is van motor wisselen met Marco op een niet hele fijne weg. Ik was niet vooruit te branden en heb onder aan de berg snel de mooie, snelle Streetfighter weer omgeruild voor mijn makkelijk sturende HM. Wat een verademing!
We reden via Morón de la Frontera en de 406 naar Laguna de Fuente de Piedra, waar zich een grote verscheidenheid aan watervogels ophielden, waaronder de roze flamingo. Een mooi gezicht en de verkoeling van het alom aanwezige water was ook een weldaad. De weg vervolgend kwamen we langs nog een aantal wateren waaronder Embalse del Chorro.
In het plaatsje Ardales hebben we vervolgens op het dorpsplein een lunch genoten waarbij het SADS-eetprincipe duidelijk weer om de hoek kwam kijken, want ook Geert, Fons en Willie waren daar neergestreken.
Fons wilde nog steeds de ware toedracht van zijn val midweeks, een paar meter naar beneden met motor en al, niet uit de doeken doen. Enige detail dat hij heeft prijsgegeven is dat er minimaal twee kleine Spanjaarden voor nodig waren geweest om hem uit zijn (benarde?) situatie te ontzetten. Dit zou dus wel altijd een mysterie blijven.
Verder werd er weer veel gelachen en werd de situatie rond El Chorro onder de loep genomen met Leo, die hier graag naar toe wilde. Na de lunch splitsten onze wegen zich derhalve.
Er volgde een zeer slecht stuk weg dat overigens prachtig uitzicht bood aan het omliggende landschap. Bij Estación Cartama was de weg volledig opgebroken en dit zorgde ervoor dat we het laatste stukje naar Malaga op de snelweg belandden. Daar voelde je hoe dicht de zee naderde, want er trad godezijdank enige verkoeling op. Het vertrouwde hotel van eerste dag doemde al snel weer voor ons op.
De vrachtwagens om de motoren te vervoeren naar Nederland en in te kratten stonden reeds geparkeerd. Tijd om de sleutels af te geven en afscheid te nemen van onze trouwe motoren en het mooie avontuur dat we op de Spaanse wegen hebben kunnen beleven dankzij SADS.
We hadden nog een avond en een groot deel van de zondag tot onze beschikking om nog na te praten over al het moois dat de afgelopen dagen was voorbijgekomen op onze weg.
Ik ben nog een avondje wezen stappen met Fons en Marco en ook dit was om met Fons’ woorden te spreken “keigezellig”. Het avondje werd een nachtje en de combinatie iets teveel alcohol op en erg laat in bed duiken leverde voor Ton wel enig ongemak op, omdat ik blijkbaar in die situatie flink kan snurken.
Ook een zondagje op het strand zat als sluitstuk nog in de activiteiten verweven, terwijl anderen ervoor kozen om diverse musea in de stad te bezoeken. Al met al een mooie afsluiting van een mooie tour, die ik met alle plezier van de wereld nog eens over zou doen!
Hierbij wil ik Leo Leuren, Ton De Bruijn en Geert Jansen (routes), bedanken voor de perfecte organisatie van deze fantastische week en Gabrie beterschap wensen! Hoewel er in het verslag niet veel over is vermeld werden wij dagelijks op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rond het herstel van Gabrie en heeft Ton ervoor gezorgd dat hij zo snel mogelijk weer naar Nederland terug kon om daar verder te herstellen. En dan blijkt helaas maar weer eens dat de ene verzekeringsmaatschappij de andere niet is en dat Ton er veel werk in heeft moeten steken om het transport binnen Spanje en naar Nederland in een zo snel mogelijk tempo te laten verlopen.
Mirjam Kloosterman